‘Toen mijn kleindochter kanker kreeg, kon ik er met mijn hoofd niet bij’
Arie Vermeer (72) uit Harderwijk werkte jarenlang als grafdelver en begeleider van rouwdiensten. Tussen verlies en afscheid leerde hij zich te wapenen tegen het verdriet dat hij daar dagelijks zag. Tot zijn kleindochter Nienke (19) lymfeklierkanker kreeg. Arie: “Ik was met stomheid geslagen.”
Ik denk niet graag aan die periode terug”, zegt hij, terwijl hij aan de tafel in de woonkamer aanschuift. Naast hem liggen zelfgeschreven gedichten met natuurfoto’s, zorgvuldig in plastic geseald. Hij had er veel steun aan. Zijn vrouw Fia: “Arie praat honderduit, zolang het niet over gevoelens gaat. Hij is een binnenvetter, zolang ik hem al ken.”
Foute boel
“Pa, het is foute boel. Nienke heeft kanker.” Zijn dochter Karin belt hem die dag, drie jaar geleden. Ze zouden samen naar de begrafenis van een dierbare vriendin gaan. Een dag die al in het teken stond van afscheid. Arie: “Ik kon er met mijn hoofd niet bij. Mijn kleindochter was zeventien. Hoe kan zo’n jong iemand zo’n ziekte hebben? Ik was met stomheid geslagen.” In een roes beleeft hij de begrafenis. Daarna komt de familie samen bij hem thuis. Die avond is hij stiller dan normaal. Wat valt er ook te zeggen? De kanker blijkt behandelbaar, wat hoop geeft. Maar het blijft niet kloppen in Arie’s hoofd. Zijn kleinkinderen horen leuke dingen te doen: op zaterdagavond bij hem en zijn vrouw zelfgesneden patat eten bijvoorbeeld. Of samen vissen voeren in de vijver in de achtertuin. Niet van afspraak naar afspraak in het ziekenhuis gaan.
'Hoe kan een jong iemand zo'n ziekte hebben?'
De dood als werk
Als grafdelver en begeleider van rouwdiensten is Arie vertrouwd met de dood. Dertig jaar lang - eerst in Zeist, later in Harderwijk - hielp hij nabestaanden bij een waardig afscheid. Van graven delven tot het begeleiden van de dienst en alles ertussenin. Een zware taak, want op zo’n dag moet alles kloppen. Een tweede kans is er niet. Arie: “Je komt zo dicht bij de mensen. Vaak ben je een luisterend oor; je hoort mooie en emotionele verhalen over de overledene. Dat kun je niet op routine doen.” Om staande te blijven, bouwt hij een muurtje op. “Niet te hoog hoor, maar ik keek mensen bijvoorbeeld niet direct aan. Om te voorkomen dat ik met ze mee zou gaan huilen.”

De natuur als houvast
Arie verwerkt zijn emoties op zijn eigen manier. Hij schrijft, vaak in dichtvorm, of luistert naar klassieke muziek. De meeste rust vindt hij in zijn vogelhut. Daar zit hij soms urenlang met zijn camera om zo veel mogelijk vogels vast te leggen. “Die plek is mijn kathedraal”, zegt hij. “Ik ben gereformeerd, maar zet mij niet op maandagochtend in een kerkbank. Mijn rust vind ik dáár, midden in de natuur.” Al helpt zelfs dat niet altijd, bekent hij. Soms kan hij alleen maar huilen. Dat laat hij gebeuren; uit ervaring weet hij dat ook dat oplucht. In zijn eentje vindt hij zo zijn weg, maar hij wil er ook zijn voor de rest, vooral voor Nienke. Praten is niet zijn sterkste kant en door het leeftijdsverschil liggen hun werelden ver uit elkaar. Daarom houdt hij het praktisch en blijft hij op de achtergrond aanwezig. Hij schuift aan en luistert, zonder veel te zeggen.
'We hebben samen haar pruik gepast.'
Ziekenhuislol
Waar woorden ontbreken, ontstaat verbinding in de humor. Arie: “Nienke maakte de grappigste filmpjes van zichzelf in het Prinses Máxima Centrum. Zo raasde ze eens voorbij op een driewieler, met haar chemotank achter zich aan. Geweldig.” Hij ziet ze op sociale media of krijgt ze doorgestuurd via de app. Zo krijgt hij een inkijkje in haar wereld. En soms is hij er zelf ook bij. Arie: “We hebben ontzettend gelachen toen we Nienkes pruik gingen passen, zij én ik. En ja, daar zijn foto’s van, maar die blijven mooi op mijn telefoon. Anders zet ze die straks online.” Waar terugdenken aan de pijn hem moeite kost, komen de lichte momenten vanzelf. Zoals die keer dat Nienke de bel mocht luiden in het Prinses Máxima Centrum: op de scans was geen kanker meer te zien en volgens traditie luiden kinderen dan zelf de bel. Arie: “Ik zie haar zo weer door de gang rennen. Ze kregen het niet voor elkaar om bloed te prikken, dus moest ze eerst bewegen om het beter te laten stromen.”
Groots genieten
Inmiddels zijn ze ruim 2,5 jaar verder en heeft Nienke net haar halfjaarlijkse controle gehad. Arie: “Het blijft iedere keer opnieuw spannend, maar gelukkig was de uitslag wederom goed.” Als hij buiten een auto hoort aankomen die nog even extra gas geeft, veert hij op van zijn stoel. Zichtbaar trots: “Daar zul je haar hebben.” Nienke houdt van snelle auto’s en heeft sinds kort een eigen exemplaar. “Gelijk heeft ze”, zegt Arie. “Je moet zo veel mogelijk genieten in het leven. Dat wist ik al door mijn werk op de begraafplaats, maar helemaal nu we dit met z’n allen hebben overleefd.”
Bron: MAX Magazine, editie nr. 24, 2026.
